Hoe krijg je een burn-out: 12 fasen

Bijgewerkt: apr 5

In 2006 omschreef Freudenberger aan de hand van 12 fasen hoe een burn-out ontstaat. Deze fasen hoeven niet chronologisch plaats te vinden, maar beschrijven wel hoe je in een burn-out terecht kan komen.


1. De dwang om jezelf te bewijzen:


Mensen hebben vaak een ideaalbeeld van zichzelf dat ze vertalen in een te grote ambitie. Wie hard genoeg werkt en hard zijn best doet, kan alles worden wat hij wil.


2. Harder werken:


Wie zichzelf wil bewijzen legt de lat hoog en zorgt (of denkt) dat hij onvervangbaar is. Tanden op elkaar en doorzetten, ook als ze bij een organisatie werken of een job hebben die eigenlijk niet past. Zo maken ze zichzelf onmisbaar.


3. Eigen behoeften negeren:


Er gaat teveel tijd naar het werk, mensen verwachten te veel van zichzelf, nemen meer hooi op hun vork dan ze normaal zouden doen. Om het allemaal bij te houden wordt er beknibbeld op de nachtrust, werk gaat voor en familie en vrienden moeten maar begrijpen dat ze moeten wachten want ze hebben het DRUK. Hobby’s, sport, eten, drinken en slapen zijn allemaal minder belangrijk.


4. Verplaatsing van conflicten:


Diep vanbinnen weten mensen wel dat er iets niet klopt en dat ze op het verkeerde spoor zitten, maar ze kunnen niet precies aangeven waardoor dat komt. De eerste symptomen van stress duiken op, zoals hoofdpijn, misselijkheid, spierpijn, pijn in hun onderrug. Ze slapen slechter en zijn regelmatig buiten adem.


5. Herzien van eigen waarden:


Om conflicten te vermijden en hard te kunnen blijven werken, negeren mensen lichamelijke klachten en behoeften en ontkennen ze dat er iets aan de hand is. Lichamelijke klachten komen in ieder geval niet door stress. Emotioneel stompen ze af en zaken die ze vroeger belangrijk vonden, doen er niet meer zo toe.


6. Ontkennen van problemen:


Ze merken dat ze cynischer worden en anderen de schuld geven als dingen mis gaan. Het ligt in ieder geval nooit aan hen. Ze hebben geen zin meer in sociale contacten en als die niet te vermijden zijn, beleven ze er weinig plezier aan. Zelf herkennen ze niet dat ze veranderd zijn.


7. Terugtrekken:


Mensen isoleren zichzelf en beperken hun sociale contacten tot een minimum. Eigenlijk weten ze ook niet meer goed waar ze mee bezig zijn, dus ze werken op de automatische piloot en proberen precies te doen wat de werkgever van hen vraagt. Om de stress te verminderen gaan ze misschien ook meer drinken of drugs gebruiken.


8. Het gedrag verandert:


De omgeving merkt al langer dat ze veranderd zijn. Van een opgewekt en betrokken iemand, is hij of zij veranderd in iemand die angstig is, verlegen en zichzelf waardeloos vindt.


9. Depersonalisatie:


Ze doen alles mechanisch, automatisch alsof ze een machine zijn geworden. Ze voelen niet meer wie ze zijn of welke behoeftes ze hebben. Het contact met zichzelf zijn ze kwijt.


10. Innerlijke leegte:


Om toch nog maar iets te voelen, kunnen ze mogelijk impulsieve acties gaan ondernemen. Eetbuien, drank, drugs, seksuele avonturen, de verleiding is groot om hiermee hun innerlijke gevoelens van leegte te compenseren.


11. Depressie:


Kenmerken van een depressie verschijnen, zoals onverschilligheid, een gevoel van hopeloosheid, uitputting en denken dat ze geen toekomst meer hebben. Het leven lijkt zinloos.


12. Het burn-outsyndroom:


De mensen zouden willen dat ze konden vluchten en soms kunnen zelfs zelfmoordgedachten de kop opsteken. Ze storten zowel fysiek als mentaal in. Fysieke en mentale hulp is nu echt nodig en een doktersbezoek is onvermijdelijk.


Meer informatie over het herstellen van burn-out vind je op www.delavie.be.